Leven in lockdown VIII: Lucky

Leven in lockdown VIII: Lucky

Negentig is hij. Elke dag na het opstaan raffelt hij met zijn fragiele tanige lijf vijf yoga-oefeningen af, vóór hij naar de asbak grijpt waarin zijn eerste sigaret al ligt te wachten.
Zijn ochtendwandeling door een grotesk Texaans woestijnlandschap in alle tinten geel en oranje brengt hem naar zijn vaste diner, waar hij de eigenaar liefdevol begroet met ‘Jij bent niets’. En vice versa. Daar zet hij zich achter een ferme mok koffie met veel suiker en melk aan zijn dagelijkse kruiswoordpuzzel.
Lucky is een levenskunstenaar. En bij levenskunst hoort af en toe ook een goede scheldpartij. Zelfs een langdurige wrok koesteren kan een vorm van levenskunst zijn als je het doet zoals Lucky het doet.
Lucky’s dagen rijgen zich aaneen met een aantal vaste routines. Dagen die eindigen achter een Bloody Maria in de plaatselijke kroeg, waar elke avond niet alleen dezelfde oudjes aan de bar hangen, maar ook dezelfde verhalen rondgaan. Met hooguit kleine variaties.
Totdat Lucky op een ochtend valt en hij vanaf dan de losse eindjes in zijn leven aan elkaar gaat knopen.
Na een bijna ondraaglijk kwetsbaar gezongen Mariachi-lied en een van de mooiste filmmonologen ooit over de zin van het leven, is de slotknoop even simpel als liefdevol.

Lucky was de allerlaatste rol van de Amerikaanse acteur Harry Dean Stanton (1926-2017), vooral bekend van de film Paris, Texas (1984). De film Lucky (2017) is gedurende de semi-lockdown met een aantal andere prachtige ‘kleine films’ in het kader van #samenthuis gratis te zien op Cinetree, het filmplatform met een missie.

Tekst: © Marjan Ippel, 2020 | Beeld: Filmposter van Lucky

Leven in lockdown VII: Vanuit huis werken

Leven in lockdown VII: Vanuit huis werken

Onderweg naar de buurtsuper zie ik hem in gedachten al staan in ‘zijn’ hoekje bij de ingang. Het vertrouwde rode hesje over z’n jas, De Amsterdamse straatkrant in de hand. En altijd een stralende glimlach.
Toen ik nog niet volledig op contactloos betalen was overgestapt, stopte ik hem regelmatig een euro of twee toe. Maar afgezien van een stapeltje losse centen uit Duitsland die in ons buurland nog altijd niet zijn afgeschaft, heb ik in het hele huis nergens meer los geld.
Ik zal niet de enige cashloze klant zijn, nu contanten vrijwel volledig zijn uitgebannen. Dat moet voor hem een dubbele plaag betekenen: geen kleingeld meer krijgen en indien wel, er vervolgens weinig mee kunnen.
Ook vandaag staat hij op z’n plek, maar nu met een winkelmandje voor zijn voeten. Op de nieuwste straatkrant de mededeling dat hij niet vanuit huis kán werken. De mand is al aardig gevuld met etenswaren.
Ik vraag hem wat hij nodig heeft. Na contactloos te hebben afgerekend, leg ik bij het weggaan een pak melk in zijn mand, groet hem en loop door.
Maar, denk ik al weglopend, waar neemt hij deze spullen straks mee naartoe als vanuit huis wérken niet het enige is dat niet tot de opties behoort?

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Leven in lockdown VI: Vacuüm

Leven in lockdown VI: Vacuüm

Ik loop door de bewegingloze binnenstad. Vanavond geen vliegtuigen die over de trapgevels scheren, geen jachtige auto’s, zelfs de avondlucht houdt z’n adem in.
Slechts één beweging ontwaar ik aan de overkant. Een rij bezorgfietsen, een stuk of vijf, op gepaste afstand van elkaar onhoorbaar zoevend over de gracht als in een pop-up balletvoorstelling. De kubusvormige rugtassen bewegen mee op het ritme van de ongelijke straatkeien. Een oranje colonne, weerspiegeld in het stilstaande grachtenwater.
Voor een historisch pakhuis kom ik oog in oog met wat nu al een ver verleden lijkt. De tijd dat de stad op een lenteavond als deze uitbundig het leven vierde. Met overal keuvelende mensen. Zittend op de kade of op de stoep voor hun huis – tussen hen in een fles wijn, een bak nootjes. Arm in arm wandelend, op zoek naar dat ene wijnbarretje met precies de juiste sfeer (én nog plek). Samen luid lachend op de Swap-fiets, onderweg naar Paradiso, een filmhuis of balletvoorstelling.
Voor dat pakhuis, anno 1753, zie ik een jongen en een meisje. Hun lippen aaneengeklonken, hun armen als reddingsboeien om elkaar heen geslagen. Een gedeeld vacuüm.
Inmiddels geconditioneerd door de anderhalvemeterregel, vertoon ik eenzelfde neiging als wanneer ik dezer dagen naar een serie of film kijk.
Ik wil roepen: ‘Pas op!’
Maar ik doe het niet.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Leven in lockdown V: Liquid diet

Leven in lockdown V: Liquid diet

Zou hij het weten? Zou hij weten waarom de afvalbak waarin hij gewend is te grijpen naar een afgekloven hamburger of een halfvol blikje bier, nu leeg is? Zo ja, zou het tot hem doordringen? De wereld om hem heen lijkt al zo lang zijn wereld niet meer. En vice versa.
Sinds de straat aan de overkant vrijwel uitgestorven is, belandt er nauwelijks meer iets in de anders zo uitpuilende vuilnisbak. ‘Elk nadeel heb ze voordeel’, zou je kunnen denken. Maar een voordeel voor de een, is dat niet perse voor de ander.
Voor hem is het leven op straat nog een stukje harder geworden, vermoed ik. Ook al weet ik dat niet. Zoals ik niets weet van hem. Niet waar hij slaapt, niet waar hij is als hij niet op zijn vaste bankje zit. Niet of hij is aangewezen op die nu lege bak, waarin zelfs de spreeuw niets van zijn gading vindt.
Het is nog vroeg in de ochtend als hij na een vergeefse greep in het afval, uit de zak van zijn te grote jas iets tevoorschijn haalt. Is het enkel voor mijn eigen gemoedsrust dat ik van deze afstand een broodje meen te ontwaren?
Wanneer de zon weerkaatst op het glimmende oppervlak van het bewuste item, blijkt het geen broodje, maar een heupflacon.

Lees ook: Audiëntie

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Leven in lockdown IV: Zwerfafval

Leven in lockdown IV: Zwerfafval

De onafgebroken toeristenstroom aan de overkant van het water is volledig opgedroogd. De plek naast de plataan, ooit favoriet voor een vakantieselfie met ons rijtje woonboten op de achtergrond, is verlaten. De ramen van de hotelkamers aan de overkant blijven ’s avonds onverlicht en op het water zelf is het nu elke dag zo rustig als op een knispervroege zondagochtend. Plezierbootjes zijn een zeldzaamheid geworden en ook beroepsvaart komt nog maar mondjesmaat langs.
Niet alleen de toeristen blijven weg, ook het niet-joggende deel van Amsterdam en de luidruchtige nachtelijke dronkaards zijn schaars.
Twee woonboten verderop begint mevrouw meerkoet aarzelend aan haar nest, op haar vaste stek onder het slaapkamerraam. Maar het is voor het eerst dat we onder de semi-drijvende broedplaats een zootje halfvergane fietsen op de bodem van de gracht kunnen zien liggen. Zo helder is het grachtenwater nu, dat ik na al die jaren mijn destijds ontvreemde eerste generatie “personal bike” meen te herkennen.
Ironisch genoeg heeft mevrouw meerkoet meer moeite dan in andere jaren om haar kraamkamer bij elkaar te wildrapen. Het drijvende zwerfafval dat ze daarvoor normaliter hergebruikt, is namelijk misschien wel de allergrootste afwezige.
Dat betekent dat ze, bij gebrek aan lege pet-flessen, chipszakken, milkshakebekers en stukken afzetlint, nu old-school is aangewezen op natuurlijke materialen. En dat lijkt even wennen.

(Excuses voor de onscherpe foto. Mevrouw was me te vlug af.)

Lees ook: Broedhype.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Leven in lockdown III: Onder de deurmat

Leven in lockdown III: Onder de deurmat

Ze reageert verbaasd als ik bij het opnemen al weet wie me belt. Ze heeft geen mobiel, want ‘dat zijn ondingen’. Ook al hamer ik erop dat ze op haar leeftijd (80) met haar beperkte mobiliteit altijd iemand moet kunnen bereiken.
Boodschappen wilde ze tot nu toe perse nog zelf doen, maar eindelijk mag ik haar daarmee helpen. Ze somt een lijstje producten op die het exotisme van mijn net ingeslagen hummus en burrata ver overtreffen. Met als hoogtepunt de slasaus.
Maar als ze ook een bol verse paarse knoflook van de Turkse groenteboer wil, omdat ‘die uitgedroogde dingen van de supermarkt oneetbaar zijn’, weet zij míj weer te verbazen.
We spreken af dat ik de boodschappen voor haar deur zet, aanbel en de nodige meters afstand neem voordat zij opendoet.
Dan de betaalwijze. Zal ze het geld onder de deurmat leggen?
‘Beter overmaken’, zeg ik automatisch, onwetend dat ze dan een cheque moet uitschrijven, die in een envelop op de bus moet. Waarna de kans bestaat dat ze een week later bericht krijgt dat haar overschrijving niet kon worden verwerkt, omdat ze met haar bibberende vingers een cijfer onleesbaar heeft ingevuld.
Ze doet alles contant, zegt ze.
‘Komt goed’, verzeker ik haar beschaamd.
Op de nieuwsapp lees ik dat winkeliers de overheid verzoeken alle cash te verbieden.

(Lees ook: Buurvrouw)

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Leven in lockdown II: Thuisyoga

Leven in lockdown II: Thuisyoga

Nu toch maar eindelijk dat yogamatje gekocht voor thuis. Al jaren raadt de yogajuf mijn schouders aan om ook thuis oefeningen te doen. Maar pas nu de school op slot zit, is mijn voorraad slappe smoezen echt uitgeput.
Behalve dat het een behoorlijke uitdaging is om thuisyoga te doen op een kleine woonboot, waar we momenteel met z’n vieren opgehokt zitten. Die bovendien enerzijds uit een glazen pui bestaat en anderzijds uit een halfronde muur en dito plafond. Zoek dan maar eens een goed en rustig plekje om in de geest van B.K.S. Iyengar je oefeningen te doen. Asanas die daarenboven vaak de steun van een muur vragen.
Dat wordt dus de slaapkamer, meer een bedstee, met een smal doorgangspad naar de badkamer beneden. Met de schuifdeur naar de woonkamer dicht heb ik zelfs een “muur”.
Als ik het matje voor het eerst uitrol en mijn niervormig Tempur slaapkussen en de bijbel als yogaprops klaarleg, schiet me een herinnering te binnen.
Ik ben tien jaar. Mijn vriendinnetje vindt dat ik de handstand moet leren. De huiskamerdeur lijkt daarvoor de perfecte oefenplek. Tot die onaangekondigd vanaf de andere kant wordt geopend.
Toch nog een onverwacht voordeel van thuisyoga gevonden: die smoes waarom ik ook deze les weer geen handstand kan doen, mag even achter slot en grendel.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020
Op de foto: mijn yogajuf Barbara van Iyengar Yoga Centrum Amsterdam die de vloer hier als muur gebruikt

Leven in lockdown I: Pssstt…

Leven in lockdown I: Pssstt…

Aan Ramses Shaffy’s Het is stil in Amsterdam (‘en godzijdank niemand
die ik tegenkwam’), moet vast niet alleen ik denken tijdens een wandeling over de verlaten grachten op de eerste avond van de culturele quarantaine.
Toch, hoe groot het toeristenprobleem nog maar een paar weken geleden ook was, zelfs in het allerhoogste seizoen liep hier ’s avonds altijd slechts een handjevol toeristen.
Maar nu deel ik de heldere sterrenhemel boven me, de rode klinkers onder me en de neergelaten rolluiken naast me uitsluitend nog met lokale hondenuitlaters in pyjama.
Het gloednieuwe begrip “sociale afstand” wordt daarbij uiterst elegant gepraktiseerd. Zonder de ander met een verdenking van besmettende krachten op te laden, stappen we in het enkele geval dat wij grachtenlopers elkaar passeren, in een vloeiende beweging als in een dans om elkaar heen. Er wordt zelfs gegroet. Een gewoonte die ik, dorpeling, heel snel afleerde toen ik Amsterdammer werd.
Mijmerend over saamhorigheid in crisistijden, word ik even later aangesproken op een manier die me decennia terugwerpt in de tijd. Dergelijk idioom klonk toen vooral rond poptempels en buitenlandse treinstations. En dan nog alleen als je werd ingeschat als toerist – iets wat ik me altijd persoonlijk aantrok. Moi, toerist?
Hoorde ik het dan wel goed? Maar bij gebrek aan storende verkeersgeluiden is een vergissing uitgesloten.
‘Pssstt… marihuana?’

Op de eerste avond van de lockdown moesten ook coffeeshops plotsklaps sluiten. Dit zorgde voor ellenlange rijen van klanten die nog snel een flinke voorraad kwamen inslaan, en niet alleen voor eigen gebruik. De volgende dag werd de sluiting teruggedraaid.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Voorlichtingsavond HBO

Voorlichtingsavond HBO

Ze spot hem reeds bij binnenkomst, ook al zegt ze niets. Tegen hem, noch tegen haar vriendin. Maar terwijl uit haar mond geen woord ontsnapt, schreeuwt haar hele lichaam. De manier waarop ze haar haren streelt, terloops de blos op haar wang checkt, aan haar col friemelt.
Pas nadat ze met haar vriendin in de collegebanken heeft plaatsgenomen, kijkt ze bestudeerd om zich heen, om ‘toevallig’ een paar rijen boven zich ‘zijn’ blik te vangen. Een schijnbaar afwezig “hi” volgt, waarna ze zich snel terugdraait voordat de plooi in haar gezicht het begeeft. Ze stráált als een warmtelamp, haar glimlach breder dan haar kaken, haar ogen kerstverlichting.
Dan neigt ze haar hoofd in een zijwaartse beweging naar haar vriendin. Ze fluistert, haar blik intussen strak gericht op de PowerPoint van de docent Business & Finance. Vriendin wil meteen omkijken, een reflex. Fout! Vooral niet kijken, is het devies.
Te laat.
Terwijl de docent de interesse van zijn potentiële toekomstige studenten probeert te vangen met het opwindende vooruitzicht op beroepenvelden, werkvelden en beroepsproducten, poogt zij haar hele lichaam onder controle te houden.
Ze weet: nu niet checken wat voor schade haar nieuwsgierige vriendin heeft aangericht. Haar eigen spanningsveld in toom houden gaat even boven een aanstaand beroepen- dan wel werkveld.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Broedhype

Broedhype

Ineens is ons vlot het epicentrum van een broedhype. Opgebold tussen het siergras ligt mevrouw eend op een door haar zelf gespreid donzen dekbedje, waaronder ze haar eieren veilig weet.
Ook meneer en mevrouw nijlgans zijn nu driftig op zoek naar een eigen kraamkamer. Hij vliegt het dak van het elektriciteitshuisje op, om van daaraf een beter overzicht te krijgen van de broedmogelijkheden. Zij volgt trouw zijn aanwijzingen voor het schouwen van eventuele opties.
Daar tussendoor zwemt meneer fuut rusteloos rond, op zoek naar een mevrouw fuut om samen eieren mee te leggen. Vooralsnog tevergeefs. De kraag rond zijn hoofd die hij rechtop zet zodra de ware zijn blikveld binnenglijdt, blijft plat.
Jaloers op de dit jaar wel erg premature mevrouw eend en haar donzen nest zwemt mevrouw meerkoet intimiderend rond ons vlot. Alsof ze wacht om toe te slaan zodra de aanstaande moeder haar poten gaat strekken. Iets wat in dit broedstadium, zolang niet alle eieren zijn geworpen, nog altijd gebeurt. Geëscorteerd door meneer eend gaat moeder in spe een hapje eten, alvorens de nachtelijke broedshift in te gaan.
Maar zij, ook niet dom, houdt mevrouw meerkoet nauwkeurig in de smiezen. Ze mag dan geen geheugen hebben, met haar instincten is weinig mis.
Broedseizoen is een mijnenveld.

Wordt vervolgd
(Zie ook: Moederdrift en Vaderdrift)

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020

Polonaise

Polonaise

Op de rand van het podium staat Iggy Pop de longen uit z’n ontblote bovenlijf te zingen. De fans heffen hun armen verwachtingsvol naar hem op, als een baby die door moeder wil worden opgepakt en getroost. Maar ze willen helemaal niet worden opgepakt, ze willen opvangen. De vraag die de hele zaal in spanning houdt is: zal hij?
Als Iggy onverschrokken van het podium duikt, is iedereen er dan ook klaar voor. Een golvende zee van handen vangt hem zacht op. Op het ritme van Fun Time gaat hij als een kwetsbaar kleinood van hand tot hand. Intussen zingt de peetvader van de punk gewoon door, alsof crowd surfen een dagelijkse bezigheid voor hem is. Wat ook zo is. Zelfs op zijn leeftijd, met die ongelijke heup die hij dankt aan een val van een geluidsversterker.
Weer met beide benen op de grond wil Iggy nog niet terug naar zijn eigen territorium ver boven de hoofden van zijn fans. Hij wil contact, ook met diegenen helemaal achterin de Heineken Music Hall*.
Terwijl hij zingend hun kant op loopt – ‘all aboard for fun time!’ – pakt een fan Iggy spontaan bij de schouders en huppelt achter hem aan. Dan volgen er meer. Een zwierende sliert die zich wurmt door het opeengepakte publiek.
Polonaise meets punk.

*In 2016, het jaar van dit legendarische Iggy Pop concert met Queens of the Stone Age heette AFAS Live nog HMH.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2020