We moeten hier weg XVII: Eendenrituelen

We moeten hier weg XVII: Eendenrituelen

Ik moet ineens denken aan moeder eend.
Niet geheel toevallig, overigens. Vorige week kwam ze namelijk met haar ‘beau du saison’ op mijn moesvlot langs om een nestplek uit te zoeken.
Precies zoals elk jaar, alleen nog weer een maand eerder dan de vorige keer.
Begin januari!
En vanochtend is ze er weer. En hij ook.
Dat die twee überhaupt nog de moeite nemen om dat hele ritueel op te voeren van bezoeken, keuren, proefzitten en uiteindelijk werpen, terwijl we allemaal weten dat het toch weer de lavendelplant wordt waarin moeders kroost het levenslicht zal zien. Of anders de bak met siergras genaamd lampenpoetser.
Exact zoals alle voorgaande jaren.
Maar ja, hetzelfde zou zij natuurlijk over al onze overbodige rituelen kunnen zeggen.
Daar moet ik allemaal aan denken.
Maar ineens schiet het ook door mijn hoofd dat dit voorlopig de laatste keer zal zijn. Of liever: de laatste keren.
Want de ervaring leert dat van zo’n winternest helemaal niets terechtkomt, waarna mevrouw eend met misschien wel weer een heel andere lover doodleuk opnieuw begint. En omdat het tegen die tijd inmiddels wél voorjaar zal zijn, zal pas die tweede leg leiden tot zo’n sierlijke sliert kuikentjes achter hun lentefrisse mama aan.
Wat ik dus plots besef, is dat ‘mijn’ moeder eend volgend jaar vergeefs zal zoeken naar de lavendelbak. En dat ze ook de lampenpoetser nergens zal vinden. Als alles gaat volgens gemeentelijk plan liggen wij dan immers ergens anders.
Inclusief moesvlot, háár designated kraamkamer.
Is mevrouw nu al behoorlijk in de war door reeds begin januari een gezinnetje te gaan stichten, moet je volgend jaar eens zien als dan ook nog het vlot nergens te bekennen is.
Op deze plek zal ze enkel werkschuiten, ijzeren damwanden, drijvende hijskranen, heimachines en veel drillende steenboren treffen.
En wat dan?
Misschien moet ik t.z.t. aan het bouwhek naast onze postbus een briefje voor d’r ophangen.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2022
(foto: moeders beau du saison)
Dit is column 17 in de serie We moeten hier weg.

Niet alleen de Amsterdamse huizen, ook de ruim 600 kilometer aan kades die door de stad cirkelen en haar definiëren, is gebouwd op palen. Zo’n 200 kilometer daarvan staat op instorten en moet de komende eeuw vanaf de waterkant volledig worden vernieuwd. Met als gevolg een ware volksverhuizing van de eraan aangemeerde waterwoningen.
Eén daarvan is mijn woonark waarop ik al twintig jaar woon met mijn gezin. De meeste van mijn drijvende buren liggen zelfs al ruim dertig jaar aan ‘onze’ kade. Waar we voor de duur van twee jaar heen gaan, hoe dat zal gaan, en wat er met mijn moesvlot gaat gebeuren waarop jaarlijks minimaal twee eendennesten huizen, weten we nog niet.
Een ingrijpende kadevernieuwing die geen Amsterdammer zal ontgaan. Al was het maar omdat er vanwege de werkzaamheden omgefietst zal moeten worden.

We moeten hier weg XVI: En de brievenbus?

We moeten hier weg XVI: En de brievenbus?

Nu de verplaatsing naderbij sluipt, moet er van alles worden geregeld. Zo moet er op de tijdelijke plek gas, elektra, internet en riolering worden aangelegd. Moeten er toegangspaden, eventuele steigers en aanmeerpalen worden geplaatst.
En vervalt tijdelijk ons huisnummer.
Huisnummers en woonboten gaan niet lekker samen. Ooit hadden woonboten sowieso geen eigen huisnummer. Het waren immers geen huizen, maar ‘tijdelijke’ mobiele verblijfplaatsen. En dus bestond een woonbootadres uit het huisnummer van het tegenovergelegen pand plus de toevoeging ‘A.B.’ (van ‘aan boord’) of ‘t.o.’ (van ‘tegenover’).
Dat ging redelijk goed. Totdat alles werd geautomatiseerd en op digitale adresformulieren geen plaats was voor dergelijke specifieke toevoegingen. Met als gevolg dat veel post niet meer aankwam. Vooral pakketten. En ook servicemonteurs konden je adres nog zelden lokaliseren.
Na een zware lobby kregen de Amsterdamse woonboten precies achttien jaar geleden een eigen huisnummer. Hoera! Post zou voortaan altijd aankomen en dienstverleners zouden linea recta naar het juiste adres zoeven.
Helaas.
Tot op de dag van vandaag ontbreken op veel navigatiesystemen nog altijd de woonbootnummers, of beseffen leveranciers simpelweg niet dat er ook mensen op het water wonen. Met als gevolg dat post(pakketten) nog slechter worden bezorgd dan voorheen. Dat maaltijdbezorgers ons adres nooit weten te vinden. En dat er altijd de angst heerst dat eventuele spoedhulp te laat zal arriveren.
Vandaar dat ik al vrij snel weer de toevoeging ‘t.o. nummer zoveel’ uit de kast heb gehaald.
Voor de zekerheid.
En dan krijgen we nu tijdelijk weer een kaal ‘t.o.-nummer’, dus zónder eigen huisnummer, en dreigen de nieuwjaarswensen van tante Truus opnieuw in het water te vallen.
Maar dat niet alleen. Veel van mijn drijvende buren zijn net als ik ZZP-er met een eigen zaak aan ‘huis’. Ook die bedrijfjes moeten voor zo’n twee jaar officieel verkassen.
Het alternatief van de gemeente? Een brievenbus aan het bouwhek ter hoogte van ons huidige adres.
Zouden we daar dan ook een bouwhelm en veiligheidsschoenen bij krijgen?

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2022
Dit is column 16 in de serie We moeten hier weg.

Niet alleen de Amsterdamse huizen, ook de ruim 600 kilometer aan kades die door de stad cirkelen en haar definiëren, is gebouwd op palen. Zo’n 200 kilometer daarvan staat op instorten en moet de komende eeuw vanaf de waterkant volledig worden vernieuwd. Met als gevolg een ware volksverhuizing van de eraan aangemeerde waterwoningen.
Eén daarvan is mijn woonark waarop ik al twintig jaar woon met mijn gezin. De meeste van mijn drijvende buren liggen zelfs al ruim dertig jaar aan ‘onze’ kade. Waar we voor de duur van twee jaar heen gaan, hoe dat zal gaan, en wat er met mijn moesvlot gaat gebeuren waarop jaarlijks minimaal twee eendennesten huizen, weten we nog niet.
Een ingrijpende kadevernieuwing die geen Amsterdammer zal ontgaan. Al was het maar omdat er vanwege de werkzaamheden omgefietst zal moeten worden.

We moeten hier weg XV: Nu wel erg dichtbij…

We moeten hier weg XV: Nu wel erg dichtbij…

De grachtengordel begint steeds meer op een rampgebied te lijken met haar opengebroken kades, stapels zandzakken voor de deur, weggeslagen bruggen en bomen, en metershoge draglines die eerste hulp verlenen.
En ook hier komt het nu wel erg dichtbij.
De brug aan het einde van onze kade wordt sinds kort kunstmatig gestut en de brug daarnaast is sinds een dag of wat eveneens een no-go area. Bovendien worden voor onze deur proefsleuven gegraven naar de ondergrondse kabels en leidingen.
In deze zand- en puinhopen wordt het dagelijks lastiger mijn weg nog te vinden. Tien minuten eerder van huis wegfietsen is vanwege alle ad hoc omleidingen dan ook geen overbodige luxe om op tijd op m’n eindbestemming te geraken.
Intussen ‘teamsden’ we laatst weer met de gemeente over onze tijdelijke verplaatsing die steeds definitiever in de agenda lijkt te komen staan.
Mits en maar.
En tenzij.
Mits omwonenden geen bezwaar indienen dat een serieuze kans zou maken bij een rechter.
Tenzij omwoners eerst hun kadepanden willen funderen om de klappen van de kaderenovatie te kunnen opvangen.
En mits de gemeente niet alsnog kiest voor een geheel andere aanpak. Eén waarbij bomen worden gespaard, de zogenaamde ‘methode Beaufort’.
Na ‘Beaufort’ eerst keihard te hebben afgewezen, is er nu namelijk toch een gemeentelijke begeleidingscommissie ingesteld naar dit door verontruste bewoners via QR-codes op bomen aangekaarte alternatief, met als grote voordeel dat kademuren niet hoeven te worden gesloopt.
Het is al net als met corona: iedere keer denk je dat het einde van de tunnel in zicht komt, waarna alles toch weer een onverwachte wending neemt.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2021
Dit is column 15 in de serie We moeten hier weg.

Niet alleen de Amsterdamse huizen, ook de ruim 600 kilometer aan kades die door de stad cirkelen en haar definiëren, is gebouwd op palen. Zo’n 200 kilometer daarvan staat op instorten en moet de komende eeuw vanaf de waterkant volledig worden vernieuwd. Met als gevolg een ware volksverhuizing van de eraan aangemeerde waterwoningen.
Eén daarvan is mijn woonark waarop ik al twintig jaar woon met mijn gezin. De meeste van mijn drijvende buren liggen zelfs al ruim dertig jaar aan ‘onze’ kade. Waar we voor de duur van twee jaar heen gaan, hoe dat zal gaan, en wat er met mijn moesvlot gaat gebeuren waarop jaarlijks minimaal twee eendennesten huizen, weten we nog niet.
Een ingrijpende kadevernieuwing die geen Amsterdammer zal ontgaan. Al was het maar omdat er vanwege de werkzaamheden omgefietst zal moeten worden.

We moeten hier weg XIV: Het waterbedeffect

We moeten hier weg XIV: Het waterbedeffect

‘Knnnap!’ doet de vuilniszak terwijl de bovenmaatse vrachtwagen gevaarlijk schuin overhellend de hoge stoeprand oprijdt. Dit om een andere reus te passeren waaruit op het tegenoverliggende trottoir een vracht wordt geladen, de reuzenwielen rustend op een stapel platgereden vuilnis.
Door de druk spat de inhoud uit de zak tegen de truck, de winkelgevel, de stoep.
Ecoluiers, avocadoschillen en halflege havergurtbekers bedekken de looproute – het voetpad dat van gemeentewege een hoge rand kreeg om te voorkomen dat gemotoriseerd verkeer de voetgangers zou belagen op hun eigen bescheiden strookje van de openbare weg.
‘Knaaakkk!’ doet nu de eveneens aan de kant gezette kartonnen doos, terwijl de camion zich met veel moeite langs zijn collega-transporter wurmt. Hierbij wordt z’n tegenligger aan de bovenkant geschamperd, waardoor van beide de verflaag afspat. Maar dat niet alleen, de truck scheert aan de andere zijde rakelings langs een zeventiende-eeuwse klokgevel.
Op het stoepterras waar ik aan mijn ochtendkoffie-met-krantje zit, speelt dit tafereel zich meermalen op centimeters afstand van mij af.
Welkom in de Negen Straatjes.
Ik bekijk het in grote verwondering. Vanwege de afmeting van de winkelbevoorraders – zeker in verhouding met de smalle straat. Maar ook om de verbetenheid waarmee alles moet wijken: vuilnis, fietsen, monumentale winkelpanden, troittors, ongeduldige andere verkeersdeelnemers die op hun beurt vinden dat juist alles voor hén moet wijken…
‘Wat moeten we dan?’ De trucker vraagt het in reactie op mijn verbaasde blik. De gemeente heeft hen verboden nog langer op de bruggen te parkeren. Ze moeten toch iets?
Of ga ik soms zelf de spullen bij de fabriek ophalen?
Tja, daar zit ook wat in.
Maar misschien moet de gemeente het vooral door het vrachtverkeer veroorzaakte gigantische probleem van instortende bruggen en kades (de reden waarom brugparkeren sinds kort een no-go is) eens structureel gaan aanpakken.
Want nu lijkt het alsof ze daar aan het Waterlooplein telkens op een waterbed zitten te duwen.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2021
Dit is column 14 in de serie We moeten hier weg.

Niet alleen de Amsterdamse huizen, ook de ruim 600 kilometer aan kades die door de stad cirkelen en haar definiëren, is gebouwd op palen. Zo’n 200 kilometer daarvan staat op instorten en moet de komende eeuw vanaf de waterkant volledig worden vernieuwd. Met als gevolg een ware volksverhuizing van de eraan aangemeerde waterwoningen.
Eén daarvan is mijn woonark waarop ik al eenentwintig jaar woon met mijn gezin. De meeste van mijn drijvende buren liggen zelfs al ruim dertig jaar aan ‘onze’ kade. Waar we voor de duur van twee jaar heen gaan, hoe dat zal gaan, en wat er met mijn moesvlot gaat gebeuren waarop jaarlijks minimaal twee eendennesten huizen, weten we nog niet.
Een ingrijpende kadevernieuwing die geen Amsterdammer zal ontgaan. Al was het maar omdat er vanwege de werkzaamheden omgefietst zal moeten worden.

We moeten hier weg XIII: Ondergronds?

We moeten hier weg XIII: Ondergronds?

Iedereen wist het natuurlijk allang. Net zoals iedereen sinds decennia weet hoe erg het met het klimaat is gesteld.
De haan heeft al veel vaker dan drie keer gekraaid.
Maar net als met de klimaatverandering werd er hardnekkig weggekeken.
Dat wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk in de documentaire Amsterdam is nog niet jarig*1 die een goed overzicht biedt van de verzakkingsproblematiek in die mooie stad die is gebouwd op zo langzamerhand compleet weggerotte houten palen. Vergeet de tenenkrommende voice-over (een deepfaked burgemeester Halsema?), vergeet ook de Mokumse clichédeuntjes die de beelden doorkruisen.
Wat overblijft is een hartverscheurend drama in ontelbaar bedrijven.
De gemeente Amsterdam heeft de problematiek zo ver laten oplopen, dat deze inmiddels een schier onontwarbare knoop is geworden van Gordiaanse afmetingen. Met alsmaar meer belanghebbende partijen: de bomen, woonboten, veiligheid, verkeersdoorstroming, trek van de vleermuis, politieke agenda’s, detailhandel, vuilnisafvoer, watervogelnesten, toerisme, uitzicht van de walbewoners…
En het belang van de één is de achilleshiel van de ander.
Voor pakweg een eeuw aan funderingswerk, een nu al oplopend miljardentekort en alsof dat nog niet genoeg is ook nog een stijgende waterspiegel.
Volgens recente berekeningen zou het water in Nederland als gevolg van de klimaatveranderingen in 2150 namelijk met vijf meter kunnen zijn gestegen, zo ‘vertelt’ demissionair premier Mark Rutte in een door De Correspondent gemaakte deepfake klimaattoespraak*2.
Vijf meter, het kunnen er ook drie zijn, maar dan nog. Waar laat dat Amsterdam, de stad die überhaupt al op eerdergenoemde palen onder de zeespiegel leunt?
Ergens in de buurt van Atlantis?
Misschien moet Amsterdam ondergronds gaan, inclusief ondergrondse grachten.

*1 Amsterdam is nog niet jarig van Simone de Vries is te zien op NPO Start.
*2 De deepfake klimaattoespraak van demissionair premier Rutte is te zien op De Correspondent.

Tekst & beeld: © Marjan Ippel, 2021
Dit is column 13 in de serie We moeten hier weg. De graffiti in de foto toont de situatie onder de oppervlakte; te zien op de Marnixstraat vlakbij de Europarking.

Niet alleen de Amsterdamse huizen, ook de ruim 600 kilometer aan kades die door de stad cirkelen en haar definiëren, is gebouwd op palen. Zo’n 200 kilometer daarvan staat op instorten en moet de komende jaren vanaf de waterkant volledig worden vernieuwd. Met als gevolg een ware volksverhuizing van de eraan aangemeerde waterwoningen.
Eén daarvan is mijn woonark waarop ik al twintig jaar woon met mijn gezin. De meeste van mijn drijvende buren liggen zelfs al ruim dertig jaar aan ‘onze’ kade. Waar we voor de duur van twee jaar heen gaan, hoe dat zal gaan, en wat er met mijn moesvlot gaat gebeuren waarop jaarlijks minimaal twee eendennesten huizen, weten we nog niet.
Een ingrijpende kadevernieuwing die geen Amsterdammer zal ontgaan. Al was het maar omdat er vanwege de werkzaamheden omgefietst zal moeten worden.